Online lessen zelfverdediging

Les 28: Basis EHBO voor fysiek welzijn

Over deze video:

In deze les leer je van gastdocent Jan Peter enkele basis EHBO methoden. De les is vooral gericht op het toepassen van EHBO op anderen. Mocht je zelf door geweld last krijgen van je fysiek welzijn, raadpleeg dan altijd een arts!

Bekijk ook de website van het Rode Kruis over EHBO.

 

 

 

NB:

Overweeg om een cursus EHBO van het Rode Kruis te volgen: goed voorbereid zijn voor noodgevallen is je tijd en moeite absoluut waard!

 

Wanneer heb je wat voor hulp nodig?

Wanneer bel je 1-1-2?

  • Als iemand in levensgevaar is, denk aan:
    • Ademhalingsproblemen.
    • Bewusteloosheid: als iemand niet reageert op aanspreken kan er sprake zijn van ernstig (intern) letsel.
    • Bij zwaar letsel zoals een heftige (interne) bloeding.
  • Als iemand niet verplaatst kan worden, zoals bij een beenbreuk.
  • Bij twijfel altijd 1-1-2 bellen, dan kunnen zij inschatten of hulp nodig is.

voorbeelden: ernstig auto ongeluk, zware bloeding door messteek, bewusteloosheid door stoten naar het hoofd.

 

Wanneer naar de spoedeisende hulp (het ziekenhuis)
Als iemand een letsel heeft dat dezelfde dag nog behandeld dient te worden. Let wel op, als het slachtoffer in levensgevaar is, of niet zelf vervoerd kan worden, dan bel je 1-1-2.

voorbeelden: gebroken arm, hersenschudding, als een wond gehecht moet worden*.

* Een diepe wond moet gehecht worden als de randen van de wond uit elkaar staan. Met lijm of hechtingen worden deze weer bij elkaar gebracht zodat de wond goed geneest.

 

Wanneer naar de huisarts (of huisartsenpost)
Als het letsel niet spoedeisend is, maar je er wel last van hebt. Indien nodig kan je huisarts je doorsturen naar het ziekenhuis. Als je huisarts niet bereikbaar is (‘s avonds of in het weekend), probeer dan een afspraak te maken met de huisartsenpost.

voorbeelden: door je enkel gegaan, aanhoudende klachten, psychische klachten.

 

 

Wat kun je wel doen, en wat niet?

Als je iemand met zwaar letsel probeert te helpen:

  • Niet: het slachtoffer verplaatsen. Je kan intern letsel verergeren.
  • Wel: het slachtoffer proberen te helpen waar hij zich op dat moment bevindt.

 

Als iemand slecht aanspreekbaar is of tekenen van verlamming vertoont:

  • Niet: het slechtoffer draaien of bewegen, want hij heeft mogelijk nek-letsel.
  • Wel: het slachtoffer vertellen zo min mogelijk te bewegen.
    • Uitzondering: als het slachtoffer gaat overgeven moet je hem wel naar zijn zij draaien.

 

Als je te maken hebt met een ernstige bloeding:

  • Niet: de wond desinfecteren. Dit maakt het hechten van de wond moeilijker.
  • Wel: de wond dichtdrukken, het liefst met een schone doek of kledingstuk.

 

Als je te maken hebt met een messteek, waarbij het mes nog in de wond zit:

  • Niet: het mes uit de wond hale, het mes kan de wond dichthouden.
  • Wel: eventueel druk rondom de wond uitoefenen om het mes op zijn plek te houden.

 

 

Specifieke letsels:

hersenschudding:
Bij een harde klap op het hoofd kun je een hersenschudding oplopen.

Zo herken je het:
Bewusteloosheid, braken en misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid, geheugenverlies.

Wat te doen:
Als het slachtoffer bewusteloos is: bel 1-1-2.
Indien het slachtoffer bij komt kun je hem zelf naar het ziekenhuis vervoeren. Laat hem niet alleen gaan, en laat hem zeker niet auto rijden.

 

Nekletsel:
Bij een grote klap op het hoofd of het lichaam kun je een breuk oplopen in de nek- of ruggenwervels. Beweging kan schade en permanente verlammingen veroorzaken of verergeren.

Zo herken je het:
Ongeluk met grote kracht (val van een ladder, verkeersongeluk), reageert niet goed op aanspreken, pijn in de nek of de rug, mogelijke verlammingsverschijnselen of tintelingen in de ledematen.

dit kun je doen:
Altijd 1-1-2 bellen. Het slachtoffer zo min mogelijk laten bewegen. Als het slachtoffer niet in dezelfde houding kan blijven, ondersteun hem dan.

 

Kneuzing:
Bij een klap op het lichaam kunnen de weefsels rondom de botten gaan zwellen en verkleuren, dit is een kneuzing. Bij een kneuzing is het bot nog wel heel, en kun je in veel gevallen het ledemaat bewegen.

Zo herken je het:
Pijn (erger bij bewegen), beweging is mogelijk maar wel moeilijk, moeite met spier aanspannen, na enige tijd: zwelling en verkleuring.

Wat te doen:
Geef het ledemaat rust, koel eventueel met ijs. Let op: gebruik een doek om de huid te beschermen, en koel steeds een kwartier gevolgd door een kwartier rust. Als je langere tijd last hebt, raadpleeg huisarts

 

Botbreuk:
Bij een erg zware klap kan een bot breken. Dit is meestal veel pijnlijker dan een kneuzing en beweging is veel moeilijker te maken.

Zo herken je het:
Ernstigere pijn dan bij een kneuzing, beweging vrijwel niet mogelijk, soms afwijkende stand van het bot, krakend geluid te horen op het moment van de klap.

Wat te doen:
Probeer het ledemaat niet te bewegen. Gebruik geen ijs op het letsel.
Ga naar de spoedeisende hulp in het ziekenhuis als je de gewonde zelf kan vervoeren. Bel anders 112.
Let op: bij sommige letsels kun je moeilijk zien of er een breuk is. Als je het niet weet, ga dan naar het ziekenhuis (spoedeisende hulp) voor advies.

 

Interne bloeding:
Bij een grote klap kunnen bloedingen ontstaan onder de huid, net als bij een kneuzing. Op bepaalde plaatsen kan dit tot ernstig bloedverlies leiden: dan spreek je van interne bloedingen.

Zo herken je het:
Heel bleek gezicht of huid, koud zweet op voorhoofd, droge mond, slachtoffer wordt snel koud en gaat rillen, slachtoffer voelt zich doodellendig, mogelijk zwelling of verkleuring zichtbaar bij getroffen lichaamsdeel.

Wat te doen:
Altijd 112 bellen. Zeker bij geweld is er grote kans op interne bloedingen en zonder hulp is dit altijd fataal.
Stel het slachtoffer gerust en voorkom onnodige beweging. Bescherm het slachtoffer tegen onderkoeling, bijvoorbeeld met een deken of jas.

 

Tandletsel:
Door een harde klap kan een tand afbreken of in zijn geheel loslaten.

Wat te doen:
Houd de afgebroken tand langer gezond door hem in een glas met melk te plaatsen. Als je niet aan een glas met melk kan komen, plaats de tand dan in een glas met spuug (het maakt niet uit wiens spuug). Ga hierna zo snel mogelijk langs bij de tandarts met de afgebroken tand.

 
Seksueel misbruik:
Dit is een ontzettend moeilijk onderwerp, en websites zoals slachtofferhulp.nl doen hun best om informatie te verschaffen en steun te bieden.

Wat te doen:
Ga in ieder geval zo snel mogelijk naar een arts, bijvoorbeeld je huisarts. Dit is belangrijk om de kans op infectieziekten, SOA’s en ongewenst zwangerschap zoveel mogelijk te verkleinen. Je huisarts heeft een zwijgplicht, en mag dus niks vertellen aan de dader of mensen in je omgeving.

Hierna kun je aangifte doen, dit is belangrijk omdat het je mentaal kan helpen. Bel 0900 8844 voor een afspraak met een zedenrechercheur van de politie. Hij of zij kan je informatie geven over het proces, waarna je zelf kan bepalen of je aangifte wilt doen.